IVO Rotterdam

Implicitie cognities & alcohol

/ Werkterreinen / Alcohol / Projecten 

Impliciete cognities en terugval bij alcoholverslaving: processen en moderators.

Doel en onderzoeksvragen
Het doel van dit onderzoek is het bestuderen van de rol van impliciete cognities bij een terugval bij alcoholverslaving. Impliciete cognitieve processen zijn relatief automatische manieren waarop mensen informatie verwerken. Een van deze processen is aandachtsbias. Deze overmatige aandacht voor alcohol-gerelateerde stimuli weerspiegelt een verhoogde gevoeligheid voor deze stimuli en is gerelateerd aan terugval. Het is echter nog steeds onduidelijk hoe impliciete processen het drinken van alcohol kunnen opwekken. Dit onderzoek zal dit proces en eventuele moderatoren onderzoeken. Capaciteit van het werkgeheugen (working memory capacity; WMC) is een mogelijke moderator. Wanneer de WMC laag is, kan gedrag beter worden voorspeld door impliciete cognities. De WMC is verminderd tijdens stress, een van de belangrijkste voorspellers van terugval. Daarom verwachten we dat stress, en mogelijk negatief affect in het algemeen, een andere moderator is. Impulsiviteit, ook een voorspeller van terugval, is gekoppeld aan de WMC en wordt dus ook gezien als een potentiele moderator.
De globale hypothese is dat abstinente alcoholverslaafde patiënten een grotere kans hebben op terugval wanneer zij cognitief kwetsbaarder zijn: hoog impulsief en angstig, lage WMC en zeer gevoelig voor alcohol-gerelateerde stimuli.

Methoden
Het onderzoeksproject bestaat uit vier onderzoeken:
1. Uitgebreid literatuuronderzoek naar potentiele moderatoren en oorzaken van terugval die mogelijk gerelateerd zijn aan impliciete processen.
2. Diepte-interviews met alcoholverslaafde patiënten.
3. Ecological Momentary Assessment studie
4. Ontwikkeling van een screeningsinstrument


Looptijd
Maart 2011 – maart 2015

Onderzoeksteam
Michelle Snelleman, MSc (onderzoeker, promovenda)
Dr. Tim Schoenmakers (projectleider, co-promotor)
Prof. dr. Dike van de Mheen (promotor)