IVO Rotterdam

Daklozen zonder OGGZ-problematiek

/ Werkterreinen / MO / Projecten 

Vraag- en doelstelling
Sinds 2006 vindt de registratie van dak- en thuislozen in Rotterdam plaats aan de balie van het Centraal Onthaal (CO) waar men ook toegang kan krijgen tot de maatschappelijke opvang (MO). Om toegang te krijgen tot de MO moet een cliënt voldoen aan vier criteria: (1) hij/zij moet 23 jaar of ouder zijn; (2) over een geldige verblijfstitel beschikken; (3) een binding hebben met de regio Rotterdam, (4) er moet sprake zijn van een noodzaak tot opvang en (5) er moet sprake zijn van de aanwezigheid van een of meerdere OGGZ-problemen. Bij Centraal Onthaal melden zich steeds meer daklozen die niet aan de toelatingscriteria voldoen en dus geen toegang krijgen tot de MO. Bij een deel van deze mensen is geen sprake van OGGZ-problemen, maar wel van een noodzaak tot opvang. Deze mensen worden doorverwezen naar het CVD project Preventie Dakloosheid.
Het voorkomen van dakloosheid is een van de belangrijke doelstellingen van het Plan van Aanpak MO II. De hierboven beschreven groep mensen met minder ernstige problemen slaagde er niet in onder dak te blijven, ondanks de aanwezigheid van verschillende zogenaamde voorliggende voorzieningen gericht op de preventie van dakloosheid. In opdracht van de GGD Rotterdam-Rijnmond heeft het IVO een onderzoek uitgevoerd om het profiel van de groep daklozen die naar CVD Preventie Dakloosheid zijn doorverwezen in kaart te brengen. Daarnaast hebben we in kaart gebracht van welke voorzieningen de mensen uit deze groep gebruik hebben gemaakt voordat zij dakloos werden.

Methoden van onderzoek
We hebben verschillende onderzoeksmethoden gebruikt om de onderzoeksvragen te beantwoorden. We hebben 31 mensen uit de doelgroep geïnterviewd om een profielschets te kunnen maken en in kaart te brengen van welke voorliggende voorzieningen zij gebruik hebben gemaakt en wat hun ervaringen daarmee waren. Daarnaast hebben we in totaal 9 professionals van voorliggende voorzieningen (o.a. MPH, GGD, Algemeen Maatschappelijk Werk, CO) geïnterviewd om de huidige en gewenste werkwijze van deze voorzieningen in kaart te brengen.

Resultaten
Twee derde van de cliënten van Preventie Dakloosheid die zijn doorverwezen via CO is man en de gemiddelde leeftijd is 40 jaar. De meerderheid van de cliënten is op het moment van interviewen gehuisvest, en dit is vooral de groep cliënten die een eigen woning of verblijfplaats hebben gevonden nadat zij begeleiding kregen van het CVD. Financiële problemen werd het vaakst genoemd als reden voor dakloosheid.
Slechts enkele cliënten hebben dagbesteding in de vorm van een reguliere baan of vrijwilligerswerk, en hun belangrijkste bron van inkomsten was een bijstandsuitkering, daklozenuitkering of een andere uitkering.
De cliënten van Preventie Dakloosheid hebben meer problemen met hun psychische gezondheid dan de algemene bevolking, maar dit is lastig te vergelijken vanwege het kleine aantal respondenten. In het onderzoeksrapport wordt een beschrijving gegeven van de werkwijze van de voorliggende voorzieningen.
De meeste cliënten van CVD Preventie Dakloosheid hadden geen contact met deze voorzieningen voordat zij dakloos werden. Het preventiebeleid van de gemeente Rotterdam is niet in eerste plaats gericht op mensen die een particuliere huurwoning of een eigen woning hebben, maar richt zich op huurders van een sociale huurwoning en op specifieke risicogroepen als mensen met meervoudige problematiek, gezinnen of 65-plussers. Er lijkt momenteel preventiebeleid te missen voor alleenstaanden en mensen met een eigen woning.

Looptijd
Augustus 2012 – juni 2013

Opdrachtgever
GGD Rotterdam-Rijnmond

Onderzoeksteam
Alice Hammink, MSc (onderzoeker)
Dr. Ir. Carola Schrijvers (projectleider)