IVO Rotterdam

Inventarisatie samenwerking jeugdverslavingszorg en jeugdpartners

/ Werkterreinen / Overig / Projecten Overig 

Aanleiding en doelstelling
De aanpak van middelenproblematiek bij kwetsbare jongeren vereist een brede, veelomvattende benadering. Hiervoor is een goede samenwerking tussen instellingen voor jeugdverslavingszorg (jvz) en jeugdpartners wenselijk. In opdracht van Resultaten Scoren, kenniscentrum verslaving, is het IVO nagegaan hoe deze samenwerking het beste kan worden vormgegeven.

Doelstellingen van het project zijn:
1. Het geven van een overzicht van samenwerkingsrelaties tussen jeugdvoorzieningen op het gebied van verslavingsproblematiek in Nederland, inclusief knelpunten en succesfactoren
2. Het geven van een beschrijving van de aard, inhoud en het werkproces van vier voorbeeldprojecten, uitmondend in een set van bevorderende factoren waar samenwerkende partijen rekening mee moeten houden om een integraal, sluitend aanbod te kunnen leveren.

De eindrapportage is bedoeld voor managers/staf en beroepsgroepen in de jvz, jeugdzorg, jeugd-ggz, jeugdgezondheidszorg (jgz), en beleidsmedewerkers/bestuurders van gemeenten en ministeries (VWS, OCW).

Projectopzet
Uit een inventarisatie die het IVO eerder uitvoerde voor de Richtlijn Vroegsignalering (Snoek, Wits & Van de Mheen, 2010) bleek dat verslavingszorginstellingen al bij verscheidene samenwerkingsverbanden op het gebied van jeugd zijn aangehaakt, of een samenwerkingsverband hebben opgezet. In het huidige project werd nagegaan hoe deze initiatieven in de praktijk op lokaal en regionaal niveau verlopen. Vier veelbelovende projecten werden gedurende een periode van enkele maanden gevolgd en beschreven.

Het project was opgebouwd uit twee onderdelen:
a.  Een inventarisatie en documentanalyse
Telefonisch en per e-mail werden instellingen voor jeugdzorg, -ggz, jgz en jvz benaderd om te inventariseren welke formele en informele samenwerkingsrelaties zij onderhouden met andere jeugdhulpverleners. Hierbij werd doorgevraagd naar samenwerking die specifiek gericht is op middelenproblematiek. Daarnaast werden relevante documenten bestudeerd. Belemmerende en bevorderende factoren voor samenwerking werden in kaart gebracht.

b. Een veldonderzoek bij vier voorbeeldprojecten
Aan de hand van de informatie uit de vorige fase werden vier praktijkvoorbeelden geselecteerd voor vervolgonderzoek.  De vraag hoe een goede samenwerking kan worden gerealiseerd werd beantwoord door het gedetailleerd beschrijven van de vier geselecteerde samenwerkingsrelaties.

Resultaten & Conclusies
De volgende voorbeeldprojecten werden geselecteerd in de context van behandeling of begeleiding:
  • Dubbeldiagnose Jeugd afdeling van GGZ Dimence
  • Co-behandeling Tactus Verslavingszorg en Pactum Jeugdzorg
  • Gesloten behandelvoorziening DOK3
  • MDFT Palmhuis/de Jutters en Parnassia Brijder
Factoren die de samenwerking bevorderen zijn:
  • Onderhouden van relaties: zowel intern als extern wordt via korte lijnen en persoonlijke relaties gecommuniceerd. Een duidelijk aanspreekpunt of ‘trekker’ helpt om de lijnen kort te houden.
  • Vernieuwen: medewerkers krijgen de ruimte, tijd en de middelen om te pionieren. Daarvoor is het directe commitment nodig vanuit het bestuur, het selecteren van het juiste type creatieve en ervaren medewerkers, teambuilding en het creëren van een nieuwe gezamenlijke cultuur.
  • Inbedding: de afstemming en integratie van de werkwijze met de eigen organisatie is niet altijd eenvoudig en vraagt onderhoud op de langere termijn. Vaak wordt binnen de samenwerkingsverbanden onconventioneel en flexibel gewerkt. Dat levert soms spanning op met de werkwijze in de grotere staande organisaties van de samenwerkingspartners. Het initiatief loopt daarmee de kans op een eiland te komen staan.
Het project heeft naast deze resultaten een set aanbevelingen opgeleverd voor toekomstige initiatieven om samen te werken.

Looptijd: januari 2012 – juni 2013

Opdrachtgever: Resultaten Scoren

Onderzoeksteam:
Dr. Chrisje Couwenbergh (senior onderzoeker)
Ir. Elske Wits (projectleider)