Dakloos op een hitte-eiland

Augustus 2019

Waar was jij toen de thermometer een recordtemperatuur van 40 graden bereikte? Thuis aan het schuilen voor de hitte? Gevlucht naar bos of strand? Of zat je – net als ik – met kippenvel te werken in een net te koud kantoor? Je liep waarschijnlijk niet de hele dag buiten in de stad. En dat is maar goed ook. Steden worden met dit soort temperaturen ondraaglijke hitte-eilanden. De temperatuur kan tot wel 13 graden hoger liggen in de stad (40+13 graden!). En dat is een probleem. Voor iedereen, maar zeker voor kwetsbare groepen als ouderen, mensen met chronische aandoeningen en kleine kinderen. Zij hebben een verhoogd risico op gezondheidsproblemen bij hitte. Denk ook aan die andere kwetsbare groep: de ruim 30.000 mensen in Nederland die dakloos zijn. Zij kunnen hun ramen op het heetst van de dag niet gesloten houden. Bovendien kampen zij vaker met lichamelijke aandoeningen en/of verslaving, waardoor ze een verhoogd risico op oververhitting en uitdroging hebben.

Dakloze mensen leven vooral in steden. Dat is niet vreemd, want daar zijn de meeste voorzieningen. Sterker nog: mensen die zonder woning aankloppen bij kleinere gemeenten, worden richting de stad gestuurd. In de stad zijn dan wel voorzieningen voor dakloze mensen, maar vaak moeten zij rond acht uur ’s ochtends de opvang verlaten. Pas rond zes uur ‘s avonds mogen ze zich weer melden. Een uitzondering wordt gemaakt als het erg koud is. De GGD-afdelingen in de vier grote steden bepalen dan samen wanneer de zogeheten ‘winterkouderegeling’ ingaat als er bevriezingsgevaar voor buitenslapers dreigt. Gemeenten en opvangsector zetten dan alle zeilen bij en een gedegen plan van maatregelen treedt in werking. Door klimaatverandering is zo’n plan nu ook in de zomer nodig. Zeker omdat hitte misschien een groter probleem wordt voor dakloze mensen dan vrieskou. Maar in hoeverre is er een gedegen hitteplan met aandacht voor de noden van deze groep? Wat doen gemeenten en opvanginstellingen om hen te beschermen bij extreme hitte?

Mijn vermoeden: nog te weinig. Op Twitter las ik oproepjes om daklozen drinken of een ijsje aan te bieden en dat veldwerkers van hulporganisaties op pad gingen met flessen water. Sympathieke initiatieven, maar met een hoog houtje-touwtjegehalte. Een meer structurele positieve ontwikkeling, waar dakloze mensen ook zeker van profiteren: het toenemend aantal watertappunten. Willen we ons allemaal beter en structureler op de toekomst voorbereiden, dan is meer nodig. Komt bijvoorbeeld informatie over hoe te handelen bij hitte voldoende aan bij sociaal-kwetsbare groepen? Zijn opvanginstellingen nog leefbaar als het buiten 40 graden is? Klimaatadaptatie gaat óók over deze vragen. Vergeet bij beleid over aanpassingen aan klimaatverandering dan ook niet aan de meest sociaal-kwetsbare groepen te denken. Hoog tijd voor een formeel hitteplan voor dakloze mensen. Want niet iedereen kan schuilen achter gesloten ramen of in koude kantoren.

Dr. Barbara van Straaten werkt als senior onderzoeker bij het IVO. Ze heeft een master in de psychologie en in de gezondheidswetenschappen en promoveerde in 2016 op een grootschalig onderzoek naar de leefsituatie van dakloze mensen in de vier grote steden. De rode draad in Barbara’s werk is onderzoek rondom mensen die zich in een kwetsbare situatie bevinden: hoe help je deze mensen vooruit?

2019-08-01T14:19:19+02:00