De ISD-maatregel is een maatregel op basis waarvan zeer actieve veelplegers in een inrichting geplaatst kunnen worden die specifiek voor hen bestemd is. Het gaat hierbij om personen die herhaaldelijk in aanraking komen met justitie en die veelal kampen met verslaving in combinatie met complexe psychische en sociale problematiek. Wanneer een persoon een ISD-maatregel opgelegd krijgt betekent dit dat hij of zij maximaal twee jaar in een speciale penitentiaire inrichting moet verblijven. Het doel van de ISD-maatregel is enerzijds de samenleving te beschermen tegen overlast en criminaliteit. Anderzijds wordt deze twee jaar aangegrepen om aan de problematiek en gedragsverandering te werken om recidive te voorkomen.

Deze aanpak blijkt effectief: personen die de maatregel opgelegd krijgen recidiveren minder vaak dan vergelijkbare personen met een reguliere gevangenisstraf. Toch was er aanleiding om in 2009 een aantal verbetermaatregelen door te voeren. Tegengesteld aan de verwachting, recidiveren in de jaren na de implementatie van deze verbeteringen meer personen die een ISD-maatregel opgelegd kregen dan voorheen en doen zij dit per persoon vaker. Het is onbekend waar dit tegenvallende resultaat door komt.

Een kwalitatief onderzoek naar de ISD-maatregel moet inzichtelijk maken:

  • Waarom deze maatregel een dempend effect op recidive kan hebben vergeleken met een reguliere gevangenisstraf;
  • Wat kansrijke verbeterpunten zijn om de recidive verder omlaag te krijgen;
  • Hoe de uitvoering van de maatregel verder verbeterd kan worden;
  • Welke rol het verlenen van forensische zorg hierbij speelt.

Doelstelling
Het doel van dit onderzoek is als volgt:

  • Inzicht krijgen in hoe de ISD-maatregel een dempend effect op recidive kan hebben: Welke mechanismen en interventies spelen hierbij een belangrijke rol?
  • Bepalen wat kansrijke verbeterpunten zijn om de recidive verder omlaag te krijgen.
  • Bepalen hoe de uitvoering van de maatregel verder kan worden verbeterd.
  • Opstellen van aanbevelingen over hoe verbeteringen kunnen worden geïmplementeerd.

Opzet onderzoek
Het kwalitatieve onderzoek naar de ISD-maatregel bestaat uit drie delen:

  1. Analyse van de beleidstheorie van de ISD-maatregel
    Hierin staat de vraag centraal wat de onderliggende aannames zijn die verklaren waarom maatschappijbescherming en recidivevermindering met de ISD-maatregel kan worden bereikt. Deze beleidsanalyse is nodig om inzicht in de veronderstelde mechanismen van een beleidstheorie te krijgen en om na te gaan in hoeverre dit aansluit bij de wetenschappelijke literatuur. Deze inzichten zijn belangrijk voor de praktijk om na te gaan of de veronderstellingen waarop het beleid berust in lijn zijn met het beeld van de werkelijkheid, zodat het beleid meer kans heeft van slagen.
  2. Procesevaluatie van procedures en praktijkvoering in 5 Penitentiaire Inrichtingen (PI’s)
    Hierin richten we ons in de eerste plaats op de uitvoering van de ISD-maatregel in de daarvoor bestemde afdelingen binnen de PI’s. Daarnaast onderzoeken we in hoeverre de ISD-maatregel zich verhoudt tot het reguliere regime in de gevangenisafdeling van de PI. Dit doen we via documentanalyse (van beleid en procedures) en via groepsinterviews met professionals die op de ISD-afdelingen werken. Daarnaast houden we individuele interviews met betrokken vertegenwoordigers van gemeenten, reclassering, Openbaar Ministerie en forensische zorg.
  3. Landelijke focusgroep
    Voor de interpretatie van de resultaten en voor het formuleren van aanbevelingen organiseren we een landelijke focusgroep. Voor deze bijeenkomst nodigen we medewerkers van DJI en forensische zorg, gemeenten, reclassering, Openbaar Ministerie en forensische zorg en vertegenwoordigers van cliënten uit, die ervaring hebben met forensische (verslavings)zorg.

Voor dit onderzoek werken we samen met prof. mr. S. Struijk (leerstoel Penologie en Penitentiair recht aan de Rijksuniversiteit Groningen en universitair hoofddocent strafrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam) en prof. mr. M.J.F. van der Wolf (buitengewoon hoogleraar Forensische Psychiatrie aan het Instituut voor strafrecht en criminologie van de Universiteit Leiden en universitair hoofddocent strafrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen).

Looptijd
November 2021 – Augustus 2022

Financier
Het Wetenschappelijke Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC)

Onderzoeksteam
Thomas Martinelli (IVO)
Elske Wits (IVO)
Gera Nagelhout (IVO)
Sanne Struijk (EUR)
Michiel van der Wolf (RUG)