5 mythes over ervaringsdeskundigheid

Oktober 2019

Enig idee wat ervaringsdeskundigheid inhoudt? Ook ik dacht dat ik het wist, totdat ik onlangs een sessie over ervaringsdeskundigheid voorbereidde. Ik sprak met ervaringsdeskundigen en las rapporten, opiniestukken en artikelen over het onderwerp. Wat blijkt? De gangbare kennis is doorspekt met onwaarheden afkomstig uit het rijk der fabelen. Hoog tijd om vijf mythes over ervaringsdeskundigheid te ontkrachten:

1. Het begrip verklaart zichzelf
Iedereen met enige ervaring op een bepaald vlak mag zich ‘ervaringsdeskundige’ noemen, toch? Zo is iedereen met Tinder op zijn telefoon een ‘ervaringsdeskundige swiper’ en elke BN’er bij RTL Boulevard ‘showbizz-ervaringsdeskundige’. Dat maakt van ervaringsdeskundigheid een containerbegrip, al is de precieze inhoud ook niet eenduidig. Officieel is ervaringsdeskundigheid ‘het vermogen om op grond van eigen herstelervaring voor anderen ruimte te maken voor herstel’. Je wordt niet zomaar ervaringsdeskundige. Volgens velen is daarvoor een opleiding of cursus nodig. Ook kunnen taken, rollen en functies verschillen. In bijna 100 (!) pagina’s probeert het ‘beroepscompetentieprofiel ervaringsdeskundigheid‘ (pdf, 3,6 MB) wel kaders te scheppen, maar ondertussen mijdt de échte ervaringsdeskundige soms juist liever de term – en gebruikt bijvoorbeeld ervaringswerker of ervaringscoach.

2. Onderzoek toont overtuigend aan dat het werkt
Nee hoor. Mijn IVO-collega’s hebben hiernaar onderzoek gedaan en zij schrijven dat “er nauwelijks evidentie bestaat voor de veronderstelde effecten van de inzet van ervaringsdeskundigheid”. Dat ligt deels aan de kwaliteit van het beschikbare onderzoek: de onderzochte aspecten van ervaringsdeskundigheid varieerden sterk en de setting was vaak heel verschillend. Bovendien is er sowieso nog weinig onderzoek naar gedaan. Kortom: er is een kennislacune rond de inzet van ervaringsdeskundigheid.

3. Het is vrijwilligerswerk
“Ervaringsdeskundigen zijn óók professionals”, antwoordde een ervaringsdeskundige licht geïrriteerd toen ik vroeg wat het onderscheid is tussen ‘de professional’ en ‘de ervaringsdeskundige’. De ervaringsdeskundige professionaliseert in rap tempo. Wist je bijvoorbeeld dat meerdere hogescholen zelfs hbo-opleidingen voor ervaringsdeskundigheid aanbieden? Ervaringsdeskundigen hebben steeds vaker een regulier arbeidscontract met gewone salarissen, bijvoorbeeld bij een ggz-instelling. Hun aantal neemt waarschijnlijk een hoge vlucht als je vanaf 2020 de kosten voor ervaringsdeskundigen kunt declareren bij de zorgverzekeraar.

4. Ze hebben vooral veel vrijheid nodig
Vage functieomschrijvingen zijn een grote valkuil voor ervaringsdeskundigen. Hoe weet je dan wat er precies van je verwacht wordt? En hoe kan het team zich tot jou verhouden? In een team kun je als ervaringsdeskundige ook gestigmatiseerd worden. Een heldere herstelvisie in een organisatie en precieze invulling van de rol helpen. Enorme vrijheid is dus niet nodig, maar de ervaringsdeskundige moet wel een ‘luis in de pels’ kunnen zijn. Veel ervaringsdeskundigen worstelen ermee dat ze zich tot het systeem moeten verhouden én juist iets moeten toevoegen omdat zij géén onderdeel zijn van het systeem.

5. De ervaring moet matchen met de cliënt
Kan iemand met verslavingservaring ook iemand helpen die met psychoses kampt? Ja hoor, hoorde en las ik vanuit verschillende hoeken. Je hoeft niet per definitie hersteld te zijn van een alcoholverslaving om een cliënt met een alcoholverslaving te ondersteunen. Het gaat erom dat je je eigen herstelervaring kunt inzetten om anderen te helpen bij hun herstel, waarvan dat herstel ook is.

Samen verder ontkrachten
In mijn onderzoek merk ik dat ervaringsdeskundigen moe worden van de definitiediscussie, het zich moeten verantwoorden, de vooroordelen, het zoeken naar erkenning… Toch blijft discussie nodig, evenals meer onderzoek naar ervaringsdeskundigheid (zoals dat van mijn collega). Dat is de enige manier om duidelijk te maken op welke wijze cliënt, beleid of partij baat hebben bij ervaringsdeskundigen en hoe we die hardnekkige mythes uit de wereld helpen.

Dr. Barbara van Straaten werkt als senior onderzoeker bij het IVO. Ze heeft een master in de psychologie en in de gezondheidswetenschappen en promoveerde in 2016 op een grootschalig onderzoek naar de leefsituatie van dakloze mensen in de vier grote steden. De rode draad in Barbara’s werk is onderzoek rondom mensen die zich in een kwetsbare situatie bevinden: hoe help je deze mensen vooruit?

2019-10-23T14:09:28+02:00