Begin mei is het artikel “I Need to Do This on My Own” Resilience and Self-Reliance in Urban At-Risk Youths in het internationaal erkende Deviant Behavior gepubliceerd. Daarvoor hebben mijn medeauteurs en ik veel (veld)werk verzet. Zo interviewden Loïs Schenk en ik 23 zogenoemde ‘risicojongeren’ in Rotterdam en omgeving. We bezochten jongeren bij een re-integratietraject, in een gesloten jeugdzorginstelling en in een justitiële jeugdinrichting. We klopten aan bij het Jongerenloket, waar jongeren tussen de 18 en 27 jaar hulp en advies krijgen als het lastig is om school, werk of onderdak te vinden. En via jongerenwerk kwamen we in contact met jongeren die zich na overlastklachten niet meer welkom voelden in de wijk.

Criminaliteit lag altijd op de loer of binnen handbereik, zo bleek bij de gesprekken. De 18-jarige Carlos* vertelde bijvoorbeeld dat hij was gestopt met crimineel gedrag, maar dat hij vreesde dat hij makkelijk weer kon terugvallen. “Ik ben bang dat ik opeens alles kwijtraak: m’n school, m’n vrienden, m’n hersenen…” Ook de 21-jarige Travis* werkte hard om zijn leven op orde te krijgen, maar was ondertussen nog betrokken bij illegale praktijken. Toen ik hem vroeg wanneer hij echt zou stoppen, antwoordde hij: “Wanneer je vastigheid hebt, een plek hebt in de maatschappij, hoef je geen gekke dingen te doen.”

Opvallend was dat al deze jongeren een zeer sterke behoefte aan autonomie hebben. Ze wilden zelf hun problemen oplossen en niet afhankelijk zijn van anderen. Dit past natuurlijk bij de leeftijd en de overgang naar volwassenheid. Toch vind ik het zorgwekkend dat dit soms gepaard gaat met negatieve gedachten, zoals de overtuiging dat anderen niet te vertrouwen zijn. Deze jongeren hebben vaak al veel ellende meegemaakt thuis, op school, met jeugdzorg, met ‘verkeerde vrienden’. Uit de interviews bleek dat veel jongeren zich niet gezien of gewaardeerd voelden en misbruik, mishandeling, verwaarlozing en verraad hadden ervaren. Daarnaast brachten eerdere vormen van hulpverlening vaak teleurstellingen. Dan is het best logisch dat er een pantser ontstaat, waardoor niemand je meer kan raken.

Dat pantser kan ook blokkeren: de jongere gaat geen hulp zoeken wanneer het even niet meer lukt. Op die manier kan de grote behoefte aan autonomie zorgen dat stoppen met crimineel gedrag en een ander soort leven opbouwen een minder reële optie wordt. Welke hulp kun je dan nog wél bieden? Daarover waren de meeste jongeren vrij stellig: geen. Een lastige waarheid, zeker als je de ondersteuning voor deze doelgroep wil verbeteren. Wel liet een aantal jongeren doorschemeren dat ze vooral niet zaten te wachten op hulp van iemand die niet snapt wat ze doormaken. Alleen kennis uit de boeken is niet genoeg, zeker niet als je uit een totaal andere wereld komt en geen overeenkomsten hebt. Of zoals 17-jarige Amit* zei: “Je kan me snappen, maar je kan me nooit begrijpen. Je kan me nooit voelen, snap je?”

De interviews met deze ‘risicojongeren’ brachten dankbare inkijkjes in hun leven en inspiratie voor verder onderzoek naar betere ondersteuning. Inmiddels ben ik bezig met onderzoek naar de ondersteuning van jongeren met crimineel gedrag door ervaringsdeskundigen, dus door mensen die hen wel ‘snappen’. Voor dit onderzoek zoeken we nog jongeren (16-30 jaar) die crimineel gedrag hebben vertoond en ondersteuning krijgen van iemand met vergelijkbare ervaringen. Tips? Mail naar lenkens@ivo.nl.

Margriet Lenkens is afgestudeerd als forensisch orthopedagoog en doet promotieonderzoek naar kwetsbare jongeren in de grote stad. Daarbij combineert ze het liefst kwalitatieve en kwantitatieve methoden.

*Namen zijn gefingeerd