IVO Rotterdam

Verbeterpunten in zorg en begeleiding van cliŽnten van de Rotterdamse nachtopvang

/ Werkterreinen / MO / Projecten 

Klik hier om een pdf van het rapport te downloaden

Opdrachtgever

GGD Rotterdam-Rijnmond

Vraag- en doelstelling
Op het gebied van hulp aan daklozen is de laatste jaren veel veranderd. Het Plan van Aanpak Maatschappelijke Opvang, dat in 2006 gestart is, is succesvol gebleken in het terugdringen van dakloosheid in de vier grote steden. De Gemeente Rotterdam heeft de regie op de (woon)zorg aan dakloze personen in Rotterdam en wil deze zorg verder optimaliseren. Het IVO heeft onderzoek gedaan naar hoe dakloze personen de opvang en zorg ervaren in de opstartfase van hun individueel traject. Het onderzoek bracht de door cliënten ervaren sterke en zwakke punten van de zorg en begeleiding in de opvang in kaart. Belangrijke aspecten hierbij waren bejegening, begeleiding, communicatie en informatie en omstandigheden in de voorziening. De focus van het onderzoek lag op de nachtopvang, omdat daar de feitelijk daklozen bij elkaar komen.

Opzet onderzoek
Alle locaties voor nachtopvang in Rotterdam (7 in totaal) werden bezocht, en 4 ervan werden geselecteerd voor nader onderzoek. Nader onderzoek hield in dat een onderzoeker enkele avonden observeerde op de nachtopvang. Vervolgens nodigden we ongeveer 8 cliënten per locatie uit voor een focusgroep om te praten over de sterke en zwakke punten van de zorg en begeleiding in de nachtopvang. Op basis van de informatie uit de observaties en de focusgroepsgesprekken werd een korte vragenlijst samengesteld die we afnamen onder 70 cliënten van alle nachtopvanglocaties in Rotterdam.

Resultaten
De algemene conclusie van het onderzoek luidt dat cliënten van de nachtopvang redelijk positief zijn over de zorg en begeleiding die zij ontvangen. Belangrijke aandachtspunten zijn voornamelijk de communicatie over het individuele trajectplan, de wachttijd met betrekking tot het opstellen en goedkeuren van het individuele trajectplan, de beperkte tijd die de medewerkers van de nachtopvang voor hun cliënten hebben en enkele praktische aandachtspunten zoals de grootte van de kluisjes. De verbeterpunten die uit dit onderzoek naar voren komen kunnen worden aangepakt om de zorg in de opstartfase van de individuele trajecten van dak- en thuislozen te verbeteren.

Onderzoeksteam
Alice Hammink, MSc (onderzoeker)
Dr. Ir. Carola Schrijvers (projectleider)