IVO Rotterdam

Pilot-implementatie ‘Protocol voor signalering, screening en kortdurende interventie van risicovol alcoholgebruik bij jongeren’.

/ Werkterreinen / Alcohol / Projecten / screening en kortdurende interventie van risicovol alcoholgebruik bij jongeren’. 


Procesevaluatie bij het implementatieproject in de GGD-regio Zuid-Holland Zuid

Download hier het rapport

Doelstelling

Sinds april 2010 is het ‘Protocol voor Signalering, Screening en Kortdurende Interventie van Risicovol Alcoholgebruik bij Jongeren’ beschikbaar (Risselada & Schoenmakers, 2010; update verwacht in oktober 2013). Dit evidence-based protocol biedt professionals die tijdens hun werk in contact komen met jongeren met een verhoogd risico op alcoholproblematiek handvatten bij: a) het signaleren van risicovol alcoholgebruik, b) het bespreekbaar maken van het signaal met de jongere, en c) indien nodig: het adequaat doorverwijzen van de jongere naar een preventief contactmoment met de verslavingszorg, om probleemgebruik te voorkómen. In de periode voorjaar 2011 tot voorjaar 2013 is dit protocol als pilot geïmplementeerd bij wijkprofessionals (wijkagenten en jongerenwerkers) in drie gemeenten van de GGD-regio Zuid-Holland Zuid. Het IVO heeft het proces van implementatie geëvalueerd. De doelstelling van de procesevaluatie was inzicht krijgen in belemmerende en bevorderende factoren voor implementatie van het protocol in de praktijk, om daarmee tevens de implementatie in andere gemeenten te optimaliseren. De nadruk lag daarbij op organisatorische processen. Daarnaast kunnen de inzichten uit deze procesevaluatie leiden tot aanpassingen van het protocol, zodat het protocol nog beter aansluit bij de dagelijkse praktijk.

Opzet van het onderzoek

Als start van de evaluatie is in het voorjaar van 2011 een voormeting uitgevoerd in de vorm van een vragenlijstonderzoek onder jongerenwerkers en wijkagenten (de ‘wijkprofessionals’ of ‘signaleerders’) en onder preventiewerkers van de verslavingszorg. Eind 2011 zijn de signaleerders getraind om het protocol in de praktijk te gebruiken. In februari/maart 2012 en in december 2012/januari 2013 zijn zij, samen met beleidsambtenaren en wethouders van de deelnemende gemeenten, geïnterviewd om het proces van implementatie te evalueren. Daarnaast is gebruik gemaakt van een logboek van de pilotprojectleider van de GGD, notulen van begeleidingscommissievergaderingen en evaluatieformulieren van de training.

Resultaten

Uit de evaluatie bleek dat voor de beslissing om als organisatie het protocol te gaan gebruiken draagvlak van cruciaal belang is, niet alleen op ambtelijk en managementniveau, maar zeker ook op uitvoerend niveau. Daarnaast bleek dat tijdens de implementatiefase bij signaleerders draagvlak nodig is voor het protocol zelf, inclusief de richtlijnen voor gebruik die erin vermeld staan. Personeelswisselingen en reorganisaties bleken belemmerend te werken op het implementatieproces, terwijl de training bevorderend kan werken voor onderling contact tussen professionals, het alerter worden op vroegsignalering, en het beter in beeld krijgen van de doorverwijsmogelijkheden. Bij de training bleek het van belang vooraf een duidelijk doel te formuleren en de training af te stemmen op de deelnemers. Afstemming is nodig qua discipline, maar ook qua kennis- en kundeniveau (bijvoorbeeld meer rollenspelen en minder theorie).

Uit de evaluatie bleek dat tijdens de implementatie de volgende zaken blijvend aandacht verdienen:
- ondersteunend materiaal voor signaleerders, waaronder flyers en zakkaarten;
- inbedding van het protocol in bestaande of nieuwe overlegstructuren; - een op de praktijk afgestemde taakverdeling tussen signaleerders onderling en tussen signaleerders en preventiewerk van de verslavingszorg, zodat duidelijk is wie welke rol en taak heeft;
- het stellen van realistische verwachtingen;
- voortgangsbewaking op basis van registratieformulieren voor signalering en output (bijv. contactmomenten met jongeren, consultatie van de verslavingszorg en preventieve contactmomenten);
- borging van het protocol, bijvoorbeeld door middel van agendasetting of door het opnemen van vroegsignalering in de functieomschrijving van relevante signaleerders, zoals zorgcoördinatoren, jeugdagenten en jongerenwerkers.

Hoewel de pilot in de regio Zuid-Holland Zuid niet geslaagd lijkt wat betreft individuele doorverwijzingen naar een preventief contactmoment, zijn wel een zestal groepen jongeren in contact gekomen met preventiewerk van de verslavingszorg. Bovendien is door de pilot een aantal zaken verbeterd: jongerenwerk gaat vaker met jongeren over het onderwerp alcohol in gesprek, weet in het algemeen de verslavingszorg beter te vinden en het onderwerp ‘vroegsignalering’ staat meer op de agenda bij (bepaalde) beleidsmedewerkers.

Looptijd

Maart 2011 – juli 2013

Opdrachtgever

GGD Zuid-Holland Zuid

Onderzoeksteam

Drs. Gerda Rodenburg (uitvoerend onderzoeker)
Lidy Veldhuis, MSc (uitvoerend onderzoeker)
Dr. Tim Schoenmakers (projectleider)